Voor Historisch Nieuwsblad interviewde ik de in Suriname geboren juriste Ellen Neslo. Zij schreef De schat van de vrijheid, een biografie van haar verre voorouder Paulina, geboren op de plantage Santa Barbara. Die werd op haar 34e vrijgekocht en bereikte de leeftijd der ijzersterken: 93 jaar.
Paulina maakte de laatste eeuw van de slavernij mee als slavin én als vrije vrouw. In haar boek kiest de auteur nadrukkelijk voor het begrip slaaf, niet voor tot slaaf gemaakte of slaafgemaakte. “Een slaaf of slavin is iemand die geen vrijheid kent en wordt onderdrukt. Dat is de betekenis van het woord. Het behoeft geen bijvoegsel. Onder invloed van Amerika hebben we tot slaaf gemaakte overgenomen. Weet je wat dat suggereert? Dat je ervoor kunt kiezen om slaaf te zijn. De toevoeging doet juist teniet wat er aan de orde is. Er waren echt geen vrijwilligers. Het is onzin om dat gemaakte erbij te zetten.”
Gewetenswroeging
Neslo wil behalve het slachtofferschap, vooral de veerkracht van de mensen benadrukken. “Die werkt nog altijd door.”
Vooraf aan haar onderzoek naar voormoeder Paulina probeerde ze de emotie uit te schakelen. De feiten moesten leidend zijn. “Soms was ik toch geroerd. Bijvoorbeeld als ik las wat voor namen de slaven van de plantage meekregen. Namen als Matras of Helleveeg.”

Ellen Neslo promoveerde eerder op een juridisch-antropologische studie naar de vrije, gekleurde bevolking in Paramaribo van 1800 tot 1863. In dat laatste jaar werd de slavernij afgeschaft. Zelf vrijgekochte mensen hielden er op hun beurt slaven op na. Dat gold ook voor Paulina en haar man Klaas van der Meer, zo leert De schat van de vrijheid. Het gaf gewetenswroeging, veronderstelt de schrijfster. Maar: “De slavenmaatschappij was een gegeven. Je kon je niet zomaar distantiëren van het systeem”.
Het interview met Ellen Neslo staat in het nieuwe nummer van Historisch Nieuwsblad, nr 1/2026. Dat ligt vanaf eind december in de schappen.