Hans Papeveld luistert op de publieke tribune mee als de zaak van Anneke en Daan voor de Dordtse rechtbank dient. Het is niet zijn gewoonte. Voor hem geldt case closed als het proces-verbaal naar justitie is gestuurd en hij niet door officier of advocaat wordt opgeroepen.
Waarom de hoofdinspecteur die 7e januari 1977 wel toehoorder is? Hij weet het na al die jaren echt niet meer.

De verdachten worden bijgestaan door een ervaren strafpleiter, broer van voormalig minister van Binnenlandse Zaken Henk Beernink. Deze Willem Beernink is eveneens politiek actief. Hij heeft de Christelijk-Historische Unie bijna tien jaar lang vertegenwoordigd in de Dordtse gemeenteraad.

Beernink
**Mr. Willem Beernink, Regionaal Archief Dordrecht/JL du Parant.

Cadet Cortois
In kleine kring staat meester Beernink bekend om zijn bijzondere humor. Zo mag de raadsman, sinds 1944 praktiserend, graag vertellen hoe hij zijn hond Cortois schriftelijk aanmeldde voor de marine. Hij had daar zo veel en zo realistisch werk van gemaakt, dat een vertegenwoordiger van het ministerie van Defensie langskwam in de veronderstelling kennis te kunnen maken met een uiterst capabele jongeman.
Beernink vertelt zijn gast bij die gelegenheid met uitgestreken gezicht dat de omstandigheden zijns inziens drastisch zijn gewijzigd.

‘Cortois is zelden thuis en zeker niet
geschikt voor de marine omdat hij door
zijn zwerversmentaliteit en polygame
opvattingen in de buurt een heel slechte
reputatie heeft verworven.’ 

Korte tijd later valt er een brief op de deurmat, waarin Cortois door het departement als ongeschikt wordt afgewezen.

Meer schuldig
In de rechtszaal etaleert meester Beernink zijn serieuze kant. De 7e januari doet hij geen moeite om twijfel te zaaien over de schuld van zijn cliënten. Zijn verweer richt zich op het onvermijdelijke van de misdaad.
Het psychiatrisch rapport, waarin staat dat het slachtoffer een ‘demonisch overwicht’ had op zijn vrouwelijke cliënt, wordt niet alleen door hem maar ook door de officier van justitie genoemd.
Anneke geeft tegenover de rechters toe, dat zij initiatiefneemster tot de moord was. ‘Ik voel me meer schuldig dan Daan, want ik heb het eerst over het plan gesproken’, zegt ze. Over Frans: ‘Ik zag geen andere uitweg. Bij hem weggaan? Hij dreigde dat hij dan mijn vader en moeder kwaad zou doen.’
En Daan? Die vertelt dat hij voor het moment suprême, aan het bed, nog lange tellen had gebeden. Hij sloeg uiteindelijk ‘voor Anneke’.

Beernink
                                       **Trouw, 8 januari 1977.

Hoe verschillend ook hun rol, de officier eist voor beide verdachten zes jaar gevangenisstraf. Beernink schudt het hoofd. ‘Deze twee jonge mensen zijn erg op elkaar gesteld en willen inderdaad hetzelfde lot ondergaan’, aldus de raadsman. Maar zes jaar, dat vindt hij voor ‘doodslag en uitlokking daartoe’ buitenproportioneel.

Ruwaard van Putten
Terwijl de welbespraakte advocaat betoogt, dwarrelen bij Papeveld enkele andere misdrijven door het hoofd.
Eind 1971 was hij, broekie nog, op een zaak gezet die in de volksmond ‘de moord op de Ruwaard van Putten’ werd genoemd, verwijzend naar de naam van het café van het slachtoffer.
Piet de Man, zo heette de kastelein die volle borrels schonk en als Dordtse pandjesbaas geld als water had. Inmiddels was hij dus een dóde rijkaard. Door een dolgedraaide slagersknecht met elf messteken om het leven gebracht. De dader stapte meteen in een taxi en sprak de gedenkwaardige woorden: ‘Breng me maar naar de politie’.
Papeveld dacht natuurlijk ook aan de dood van zwerver Dirk Duister. Elk halsmisdrijf blijft je bij. Maar dat met Dirk, dat brute geweld, louter omdat hij Duits had gesproken……
En dan was er nog de zaak waar hij recent aan had gewerkt, een ijskoude executie, met de zogenoemde tatoe-man als slachtoffer.


Volgende keer: De tatoe-man

 

**Het volledige feuilleton (tot nu toe) lezen?
Ga naar de homepage en klik bovenaan op: Het lijk met de rode sok.
Lees hier vast de inleiding.