In de nacht van woensdag 20 op donderdag 21 september 1911 werd in Nederland ‘de oorlogstoestand’ afgekondigd. Zo’n 20.000 militairen waren de dagen daarvoor al uitgezworven over Noord-Brabant en Gelderland. Ze kwamen gelijkelijk verdeeld tegenover elkaar te staan. Het blauwe leger versus het rode. Dat laatste was ook van vaderlandse, niet van Russische bodem.
Het betrof een grootscheepse oefening. Voor het eerst werden er vliegtuigen ingezet, al leken ze in de verste verte niet op de latere gevechtstoestellen. De Legerkoerier, het orgaan van de landmacht, noteerde in een terugblik in 1957 dat het ging om ‘wonderlijk primitieve bouwsels van hout, zeildoek en ijzerdraad’.
Vliegveld Den Bosch
Even buiten Den Bosch, nabij herberg De Pettelaar, werd een militair vliegveld ingericht. Er zou van alles misgaan. Piloten verdwaalden (“Bij Heusden raakte hij volledig de richting kwijt”), er circuleerden boze geruchten over sabotage (“Ik heb zeer sterke vermoedens tegen iemand”). Toch vormde de inzet van deze toestellen bij de legermanoeuvres van 1911 een keerpunt in de Nederlandse militaire luchtvaart. Het was de aanzet tot de oprichting van een Nederlandse luchtmacht, aanvankelijk nog ondergebracht bij de Koninklijke Landmacht.
Lees hieronder het hele verhaal: 1911, hoe oefening de luchtmacht baart.
Klik op de pagina’s voor een leesbaar formaat.
Deze bijdrage is eerder dit jaar (2025) gepubliceerd op de website van Historisch Nieuwsblad.

