Vrijdag 5 april 2019 vroeg het Openbaar Ministerie in Suriname vrijspraak voor twee verdachten in het Decembermoordenproces: John Hardjoprajitno en Harvey Naarendorp. Er is onvoldoende bewijs dat zij in 1982 betrokken waren bij de Decembermoorden. Tegen de hoofdverdachte in deze zaak, huidig president van Suriname Desi Bouterse, is vorig jaar twintig jaar cel geëist. Die zaak loopt nog. Hieronder een interview dat ik in 2007 voor het begin van het proces had met John Hardjoprajitno.

 

Decembermoorden
**Brabants Dagblad 14 november 2007

 

Door Twan van den Brand

John Hardjoprajitno wordt verdacht van moord. Vijftienvoudige moord. Samen met 24 andere verdachten moet hij zich vanaf 30 november verantwoorden voor de krijgsraad in Suriname. De bekendste van het stel is Desi Bouterse.
Hardjoprajitno weet nog niet of hij gaat. Hij wil zijn onschuld bewijzen, maar signaleert de mogelijkheid dat het recht hem onrecht zal aandoen. Zijn gevoel zegt ‘hier blijven’. De definitieve beslissing neemt hij als de dagvaarding arriveert. Dat is nog niet gebeurd.
Hoewel tegenwoordig Nederlander, bestaat de kans dat de keuze niet aan hem is. Want Nederland levert onderdanen uit aan landen die de doodstraf kennen, mits het de garantie krijgt dat die niet wordt voltrokken. En daarop bestaat in Suriname al decennia geen kans meer.
In de keuken van zijn eethuis is hij harder nodig dan in de beklaagdenbank, vindt Hardjoprajitno vooralsnog. Roerend in de pannen, peinst hij over verleden dat actueel blijft. Zijn door vele monden geprezen zoute soep lijdt daar niet onder.

Decembermoorden
**De slachtoffers van de Decembermoorden. Hun advocaat reageerde verrast op het verzoek tot vrijspraak voor ‘Hardjo’ en Naardendorp.

Volgens Hardjoprajitno is de aanklacht misplaatst. Niet zo’n bijzondere verdediging: alle verdachten ontkennen betrokkenheid bij de Decembermoorden van 8 december 1982. Twee jaar geleden is hij naar Paramaribo gereisd om bezwaar aan te tekenen. “Ik heb drie mensen die mijn verklaring ondersteunen dat ik die avond niet in Fort Zeelandia was.” Maar justitie heeft meer getuigen die het tegendeel beweren.
Hardjoprajitno is een kleine, stille Javaan, midden vijftig. Hij gebruikt geen grote woorden. Het liefst zou hij zwijgen. Zijn echtgenote heeft hem het interview afgeraden. Zij weet dat ze hem na zo’n gesprek geheel in zichzelf gekeerd terugkrijgt. Zo gaat dat ook als ‘Hardjo’ weer iets over de moorden heeft gelezen. “Maar ik wil toch een paar dingen kwijt.” Dat gebeurt pas na dralen. Als het tot een ontmoeting komt, zijn de antwoorden kort.

Sergeanten
In 1980 maakte hij deel uit van de Groep van 16. Hij was een van de sergeanten die meenden dat het niet goed ging met Suriname, zonder dat ze wisten hoe het wel moest. Terugkijkend op de staatsgreep, zei Hardjoprajitno al eens: “Ik schrok toen bleek dat we het land hadden veroverd. Wat moesten we doen?”
De revolutie van bloedbroeders, die hadden gezworen elkaar nooit te verraden, werd aanvankelijk toegejuicht. Ook door Nederland. Maar het enthousiasme bekoelde. En na de 8e december, na de moord op vijftien prominenten, was het gedaan met de sympathie. Het verhaal van hun dood kende vele versies. Op de vlucht neergeschoten, geelimineerd omdat zij als CIA-agenten een tegencoup beraamden. Onzin, zo weet elke Surinamer al lang. Het was een politieke afrekening. Maar wie waren de daders?
Een kwart eeuw later is er een verdachtenlijst. Daarop alle nog levende leden van de Groep van 16. Ook Hardjoprajitno, die ten tijde van de moord behalve militair minister van Jeugd en Cultuur was. Zijn verweer: “Ik was niet in Fort Zeelandia. Ik ben tevoren naar de Memre Boekoekazerne gestuurd om mede leiding te geven aan een oefening. Maar er gebeurde niks. Op zeker moment hoorde ik ‘s avonds in de verte schoten. Ik heb naar het fort gebeld en kreeg iemand aan de telefoon die zei dat de oefening daar al aan de gang was. ‘s Nachts ben ik met enkele van mijn mensen in de kazerne gebleven.”

Hardjoprajitno
**Sergeant ‘Hardjo’.

De volgende dag kwam Bouterse. ‘Bevel’ vertelde de manschappen dat vijftien vijanden waren neergeschoten toen ze probeerden te vluchten. Na dat optreden vertrok Hardjoprajitno naar het ministerie, waar zijn medewerkers vragen voor hem hadden. Wie waren de slachtoffers? En vooral: waarom? Hij zegt nu: “Ik kon geen helder antwoord geven.” Vooral pijnlijk omdat onder anderen de vrouw van de vermoorde journalist Jozef Slagveer bij hem werkte.

Moordplannen
Volgens de boeken die inmiddels zijn geschreven, vaak met overtuigende details gelardeerd, was Hardjo op de hoogte van de moordplannen. Net als de hele ‘Groep’. “We zouden elkaar nooit laten vallen. Maar het is een misverstand te denken dat de groep na de coup steeds weer voltallig over zaken vergaderde. Kort na de moorden zijn we wel bijeengekomen. Ik heb toen als eerste het woord genomen en de vraag gesteld waarom we niet vooraf bij elkaar waren geroepen. Ik zag aan de blikken van sommigen dat het de verkeerde vraag was. Het maakte me bang. Je weet dat er al mensen zijn doodgeschoten, je weet dat er is afgesproken dat als je praat…”
Hij zwijgt. Op de herhaalde vraag wie de schuldigen zijn, volgt het antwoord: “Ik was er toch niet bij.” Vermoedens uit hij evemin. Erecode? Hij blijft zwijgen.

In januari 1983 werd de minister door zijn vroegere kameraden opgepakt. Hij was een trouwe gezel van de eveneens gearresteerde Roy Horb, de nummer twee van de revolutie, die steeds verder wegdreef van Bouterse en uiteindelijk levenloos bungelend aan het koordje van zijn sportbroek in een cel werd aangetroffen. Hardjoprajitno kwam er beter vanaf. Hij kreeg zestien maanden cel.
Na zijn vrijlating werd Hardjo in genade aangenomen als beheerder van de officierssocieteit. Hij hield zich koest, tot hij in 1996 naar Nederland vertrok zonder oude kameraden in te lichten. Op de vlucht voor het verleden. “Ik zie niemand van de jongens meer.”

Modderfiguur
De 8e december heeft een scheuring veroorzaakt in de Groep. Maar Hardjoprajitno is wel de enige die in het openbaar de moorden bekritiseert. “De nabestaanden hebben recht op de waarheid en alleen in een rechtszaak kan die waarheid boven water komen.”
Hij rekent op veroordelingen. Juist ja, zoals hij al zei, voor anderen. “Suriname kan niet anders als het internationaal geen modderfiguur wil slaan. Het is iets begonnen en moet het nu ook afmaken. Maar of er ook echt iemand de bak ingaat? Ze willen Bouterse, maar ze zijn bang. Hij loopt als hoofdverdachte nog vrij rond. Dat alleen al is toch merkwaardig. Of ook weer niet eigenlijk. Want als hij wordt opgepakt, dreigt de oorlog.”

 

‘Ik zag aan 
de blikken
dat het de
verkeerde
vraag was’