De lange rij na De Korte

  We wachtten samen op de bus. Hij even in de 70. Zat er al toen ik kwam aanlopen. In de Sint Jan geweest om de nieuwe bisschop welkom te heten. Daarna in het Bossche theater in de lange rij gestaan. Monseigneur De Korte de hand geschud. Ondanks degelijke stappers en dikke bruine sokken zere voeten gekregen. Ik had, op weg naar

Bambi, de poes en de duivel

  De pr-machine pruttelt nog na. Maar we zijn tenminste een beetje verlost. De Expositie is voorbij. Nou maar hopen dat de galm van gekkigheid versterft. Zodat ik op weg naar de Hema niet langer een bende selfie-malloten hoef weg te duwen. Jaarlijks komen er dik 14 miljoen buitenlanders naar Nederland. Als toerist. 100.000 van hen bezochten de voorbije maanden Den Bosch,

De 4e van de 5e

  Wees stil. Denk na. Over het verleden. Kijk vooruit. Bedenk hoe het beter kan. Voor een toekomst. Sta ook even stil. Bij jezelf. Wat jij kunt doen. 4 mei is de dag van overpeinzing. Beperk die niet. Herinner je het leed van ooit. Heb oog voor de pijn van nu. Maak plannen voor straks. Vanaf mijn bureaustoel kijk ik uit op een overweging. Jazeker, in het Duits. Ik heb haar

De dood van mijnheer Niemand

  De voorbije dagen een paar keer in Dordrecht geweest. Voor de reconstructie van een oude moordzaak. Ga ik niks over vertellen. Ben nog even bezig. In het Dordts archief kwam ik Dirk tegen. Dirk Duister. Niet in levenden lijve. Hij is niet meer. Met mijn onderzoek had hij ook niks van doen. Ik ontmoette hem geheel onverwachts op vergeeld krantenpapier. Daarna trof ik Duister

Mijnheer!

  Hij groette al vanuit de verte. “Dag mijnheer.” Wat doe je dan, op weg naar je hardloopparcours in het Bossche Broek? Vast gaan rennen? Nee, heel beleefd groeten. “Dag mijnheer.” En weer riep hij. “Kent u Jeroen Bosch?” Ik geloof dat hij er ook dit keer mijnheer bij zei. “Niet persoonlijk”, antwoordde ik, luider dan anders, en liep naar hem toe. “Ik ben zoals

Tante Truus

  4 en 5 mei naderen. Tijd voor de huiskamervraag. Kent u Tante Truus? Zie maar weinig vingers omhoog gaan. Ik stuitte deze week in de boekhandel op verse bundeltjes ’40-‘45. 101 Vrouwen en de oorlog, heette er een. Tante Truus was niet vergeten. Ze stond achterin want de volgorde was alfabetisch. Truus Wijsmuller-Meijer had een plek op de cover verdiend. Ze bracht nog

Leiden of lijden in het Bossche theater

  Vorige week trok hier plotsklaps een processie langs. Dames en vooral heren, donker gekleed. De mannen droegen lange stokken met zich mee. Ze zongen een droevig lied. Voorop een exemplaar met trommel. Hij trok de aandacht. Een eentonig boem, boem, boem. Alsof de stad ten grave werd gedragen. Het had iets te maken met een schilder die al lang wijlen is. Vijfhonderd jaar

Een ontmoeting met de Zwarte Sint

  Het was een bijzondere ontmoeting. Voor mij. Ik had nog nooit van Marinus Vooren gehoord. Wijlen Marinus Vooren. Kolonel Vooren, zo bleek. Wikipedia geeft volop informatie over hem. Drager van de Militaire Willemsorde. Ik dacht een boek te kopen. Op Marktplaats. Over ‘Vier maanden volksverhuizing’. Zo heette het. Het betrof een bijna vergeten stukje uit onze geschiedenis. Eind 1957 werden tienduizend Nederlanders Indonesië uit gebonjourd. De gemoederen

Blond en Blauw in Brussel

  Ik wil best mijn wekelijkse blog schrijven. Maar lastig is het wel zo direct na Brussel. Moet ik het daar over gaan hebben? Er zijn al zoveel hoofden op tv. Die hebben allemaal een mening. En ze doen alsof ze er heel veel van weten. Altijd weer die hoofden. Altijd weer die meningen. Even hiervoor had je dat eveneens met die PSV-supporters. Wilde

Burgemeesters en brouwers

  Komende zaterdag is het open dag. Bij de de kliniek van de Pompestichting in Zeeland. Sinds 2008 de longstay. Volgestouwd met types die zichzelf niet vertrouwen. Soms voor hun hele leven opgeborgen. Zeeland ligt in Brabant. Ooit gezegend met de bijnaam Las Vegas. Omdat er relatief veel uitgaansgelegenheden waren. Paar inwoners, veel cafés. Vroeger, heel vroeger, hadden ze er burgemeesters die ook brouwer