Afvalbaby

 

Afgelopen zaterdag, boekhandel te Breda.
Te midden van moeders.
En vaders.
Ouders die het verdriet om een doodgeboren kind deelden.
In een schoenendoos begraven, ergens.
Met het ziekenhuisafval naar de verbrander gebracht, in Dordrecht.
Of verstopt op een kerkhof, in ongewijde aarde.
De kinderen zouden nooit in de hemel komen.
Mocht niet, want ze waren niet gedoopt.
Zo wilde de katholieke leer het.
Harteloosheid die tot enkele decennia geleden etterde.

De moeders waren allemaal geïnterviewd door René Oomen.
En gefotografeerd door Piet den Blanken.
Dat leverde, na een radioprogramma, nu een boek op.
Een engeltje zette de wereld stil, zo heet het.
Want die doodgeboren kinderen waren engeltjes.
Natuurlijk waren het engeltjes.

Niet alleen die engeltjes verdwenen in ongewijde aarde.
Dat gebeurde ook met NSB’ers, landlopers, zelfmoordenaars, socialisten.
Tot die laatste categorie behoorde Marinus Maas.
Ik ontmoette hem in een krant uit 1924.
Marinus was gevangenisbewaarder in Den Bosch.
En zijn leven lang lid geweest van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij.
Die SDAP was de voorganger van de PvdA.
Zonde vond de pastoor.
Toen Marinus op sterven lag, kreeg hij niet het heilig oliesel toegediend.
Marinus zou in ongewijde aarde worden begraven.
Tenzij, zo kreeg hij op zijn sterfbed te horen, tenzij hij alsnog afstand nam van het lidmaatschap.
En dat deed hij.
Opdat hij werd bediend en de hemelpoort voor hem openging.

Engeltjes, Marinus en oliesel herinnerden mij aan mijn carrière als misdienaar.
Begin jaren 70.
Mocht met pastoor of kapelaan de boer op.
Letterlijk.
In Veghel stond het buurtschap Dorshout vol met boerderijen.
Daar gingen we de sacramenten, die Marinus niet dreigde te krijgen, royaal uitdelen.
Nou ja we, de pastoor deed dat, of de kapelaan.
Ik stond erbij en keek ernaar.
Die boeren waren godsvruchtige lieden en, zeker zo belangrijk, ze zaten goed in de slappe was.
Liters oliesel namen we mee.
Zij hoefden nergens afstand van te doen.
Hooguit, van enkele bankbiljetten en een paar guldens.
De biljetten waren voor mijnheer pastoor.
De guldens voor de misdienaar.
Hier junkske, hedde gij ok wa, fluisterde de boerin dan.
Magere Hein luisterde mee.
De gulle gave overtrof dikwijls mijn wekelijkse zakgeld.
In het licht van het oliesel mocht je het misschien ook wel smeergeld noemen.
Ik erken: schuldig.

Maar die engeltjes?
De onschuld zelve.
En Marinus?
Hij verkoos de hemel boven het socialisme.
Twijfelgeval.

 

Marinus moest
op het sterfbed
kiezen: de hemel 
of het socialisme

 

Bezoek hier de website voor andere foto’s van Piet den Blanken

 

 

 

-----------------------------

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *