Ik verbleef in de hectische november- en decembermaand van 1989 in wat toen de DDR heette. Na de val van de Muur, op 9 november, liet ik de adrenaline van Oost-Berlijn, Leipzig en Dresden achter me en reed op een winterse dag richting Poolse grens. Mijn halteplaats was willekeurig. Het werd het stille dorp Reichenberg. Ik zou er in de loop der jaren diverse malen terugkeren, voor het laatst in 2014. Na 25 jaar vatte ik de herinneringen in een tweeluik samen. Te beginnen in de kabbelende jaren ’80.

Door Twan van den Brand

Kurt Reimann kruipt liever op de brommer dan in zijn auto. De veldwachter van Reichenberg wenst de wind te voelen als hij de regio verkent, zíjn regio. Hij wil de velden ruiken. Als zijn zintuigen worden geprikkeld, leeft hij. Hij waant zich dichter bij de mensen.

Reimann houdt mens, have en goed in de gaten. Al spreekt hij zelf bij voorkeur niet over in de gaten houden maar over beschermen. Het is maar hoe je het bekijkt. Hij kan uit het blote hoofd de namen noemen van de inwoners die een rijbewijs hebben. Handig bij een sporadische verkeerscontrole, bij een al even zeldzaam ongeval. Hij lost de twee of drie jaarlijkse inbraken op. Het gaat vooral om baldadigheid. En als er zich in een van de dorpen zoiets frivools als een dansavond afspeelt, dan laat hij zich even zien. Hoort bij zijn werk. Je kunt immers niet weten met al die jongelui, de jongens en de meiden, met goedkoop bier en opzwepende, soms zelfs westerse muziek.

**Politieagent Kurt Reimann.

Natuurlijk onderhoudt Reimann contacten met de Stasi, die alom gevreesde geheime dienst. Dat weet zo’n beetje iedereen. Nou ja, iedereen zou het kunnen weten. Je bent politieagent en dan ben je ook een beetje, of een beetje veel, verlengstuk van het kwaad. Als de mensen van de Stasi aankloppen, dan moet hij ze de informatie geven waar ze om vragen. Dat wordt van hem geëist, dat is hij verplicht. Alsof dat in andere landen anders gaat.

Informanten

Reimann weet dat zijn inlichtingen elders gecontroleerd worden. Bij de burgemeester of bij een van de bedrijfsleiders van de plaatselijke landbouwcollectieven, de Landwirtschaftlichen Produktionsgenossenschaften LPG Pflanz en LPG Tier, de grote werkverschaffers van het dorp. De Stasi vertrouwt zijn eigen informanten niet. Maar gemene streken heeft Reimann zijn dorpsgenoten nooit geleverd. Hij durft het hardop te beweren.
Dat geldt evenzeer voor Gerhard Opitz. In een dorp van ons kent ons probeer je vooral de harmonie te bewaren, samen te leven zonder scheve gezichten. Opitz is op 1 maart 1956, op zijn 23e, burgemeester geworden in Reichenberg nadat tuberculose een carrière als trompettist dwarsboomde. Hij heeft nog even de contrabas geprobeerd, maar dat bleek geen instrument voor hem.
Voor een benoeming tot burgemeester was lidmaatschap van de communistische partij noodzakelijk. Hij trad dus toe tot de SED. Je mag dat opportunistisch noemen, het heeft hem tot op heden – we leven in november 1989 – wel mooi verzekerd van voortdurende herverkiezing.
Opitz bestuurt Reichenberg tientallen jaren zonder grote problemen. Als hij al kritiek hoort, dan betreft die zijn huisvesting. Hij is met zijn vrouw Eva enkele kilometers verderop in Batzlow blijven wonen. Zelf snapt hij niet wat dat nou uitmaakt. Een paar minuten met zijn Trabant en hij is in de raadzaal.
Als burgemeester heeft Opitz trouwens net wat minder lang op die Trabi hoeven te wachten dan een ander. Bij nóg gewonere mensen wil het weleens twaalf jaar duren eer de auto arriveert. Maar, heus, hij wordt niet in alles voorgetrokken. Want telefoon heeft hij in 1962 aangevraagd en nu nog steeds niet in huis.

**De 13e eeuwse veldsteenkerk, trots van het dorp.

Twee weken geleden is de Muur gevallen, omvergetrokken, ineengedonderd. Pats boem. Grote euforie. Natuurlijk heeft Gerhard Opitz dat historische nieuws nauwgezet gevolgd. Ook hij is blij, wat onzeker maar blij. In veel steden en dorpen zijn de Oost-Duitsers al weken de straat opgegaan om te demonstreren tegen de SED. Tegen de regering, tegen het communistische systeem. Freie Wahlen, zo staat op spandoeken. Wir sind das Volk, scanderen de menigtes, en Stasi raus. Opitz is het met veel leuzen en eisen eens. Zelfs met de roep om vrije verkiezingen die hem zijn baan kunnen kosten.

Discussie

In Reichenberg geen betogingen, geen boegeroep. Eigenlijk is er de voorbije weken nog niks veranderd. Hoewel: in de Konsum Markt, de enige winkel van het dorp, liggen plotseling sinaasappels. Normaliter zijn die alleen daags voor Kerstmis te verkrijgen.
Sommige inwoners zijn meteen naar Berlijn vertrokken en de grens overgestoken. De Muur houdt geen ontdekkingsreiziger meer tegen. Maar op drie jongeren na zijn ze allemaal teruggekeerd en weer aan het werk gegaan. Rest voor Reichenberg een inwonertal van 377 zielen.
Op de radio heeft de nieuwslezer, die binnendringt vanuit het Westen, voor vanavond, de 23e november, demonstraties in diverse steden aangekondigd. De Muur mag dan zijn gevallen, het volk wil meer. Meer vrijheid, meer welvaart, naar de warme schoot van het Westen. Deze donderdag staat er ook in Reichenberg iets te gebeuren. Gerhard Opitz heeft een vergadering uitgeschreven om over toekomst en zegeningen te praten.De discussie op straat kun je maar beter kanaliseren. Het hele dorp is uitgenodigd.
Al vroeg is duidelijk dat het een bijzondere dag zal worden. De ochtend brengt de eerste sneeuw van dit jaar. November is tot nu toe zacht geweest. Opvallend zacht. Gek eigenlijk dat het niet eerder is opgevallen. In de voorbije jaren winterde het om deze tijd stevig. Maar in 1989 mocht het historische ogenblik van de 9e november kennelijk ook van boven niet uitglijden.
Buiten is het donker als zo’n zestig inwoners zich in het felverlichte Kulturhaus proppen. Een beetje pretentieuze naam voor een zaaltje dat zonder de benodigde vergunningen is opgemetseld. Met medeweten van Opitz trouwens. Hij wil ook weleens balsturig zijn.

Vrijheid

Kale ruimte, lange tafels, witte kleedjes. De burgemeester zit aan een tafel die dwars op de rijen is gezet. Iedereen kan vrijuit zijn mening verkondigen, zo benadrukt hij in zijn openingswoord. Immers, de democratie, de vrijheid, is in Reichenberg gearriveerd.
Zijn dorpsgenoten maken gretig gebruik van deze uitnodiging en laten de temperatuur binnen snel oplopen. Ze eisen op hoge toon uitleg. Hoe zit het met de beloofde straatverlichting? Waar blijft de telefoonaansluiting?
En ja, dat kon niet uitblijven: waarom woon jij nog steeds in Batzlow? Opitz heeft het in die lange jaren nog nooit zo zuur gehad. Heeft hij er niet voor gezorgd dat juist vorige maand de verharde weg van en naar de buurtschap Julianenhof is opgeleverd? Zestienhonderd meter lang. Kosten: 762.154 marken.
Zijn opmerking maakt geen indruk. Zou dat komen omdat het twintig jaar heeft geduurd voor die weg er lag? Bij Opitz kruipen de zweetdruppels over zijn voorhoofd. Hij wrijft met een zakdoek ook zijn nek droog.
Achterin richt een van de onderwijzers van de Thomas Müntzer Schule zich op. Voor de klas staan snelle beslissers. De oudste leerlingen hoeven tijdens de rekenlessen nu al niet meer te becijferen hoe ver (für den zuverlässigen Schutz des sozialistischen Vaterlandes) een granaatwerper reikt. “Het is goed dat iedereen zegt wat hij denkt”, betoogt de onderwijzer. “Maar: tegen de burgemeester brullen, dat is toch nergens voor nodig.”

**Reichenberger Laurits Lauritsen.

Opitz kijkt, dankbaar voor de bijval, weer wat zelfverzekerder voor zich uit. Hij houdt het momentum vast met beloftes. Misschien kan ook de weg naar het kerkhof worden verhard. En: mogelijk zijn kolen in een democratie makkelijker aan te voeren dan in een boeren- en arbeidersstaat.
De crèche moet ’s morgens eigenlijk eerder en minder zuinig worden verwarmd, zodat de ukken het eerste uur niet meer verkleumen.
Of het door deze woorden komt of door het voortschrijden van de avond, feit is dat rust en orde langzaam terugkeren in het Kulturhaus. De klagers worden weer dorpsgenoten. Ze willen verder, ze kijken samen vooruit.
Ten slotte steekt Laurits Lauritsen zijn vinger op, de veearts van de Lindenweg. Hij wordt alom gerespecteerd. Rustige, wijze man, filosoof, bijna wit haar, rond brilletje. Nota bene op de zo gedenkwaardige 9e november 51 geworden. Voor mij betekent democratie dat het volk beslist, legt Lauritsen uit. Maar de stappen moeten niet te groot zijn. Gun ons een kans op gewenning, laten we groeien.

Trabant

Reichenberg blijft Reichenberg. Zo op het eerste oog althans. Dominee Sigrid Stade leidt als altijd diensten in de achterkamer van haar eeuwenoude pastorie. De veldsteenkerk, de trots van het dorp, daterend uit de 13e eeuw, is in desolate staat. Zonder verwarming, kil en donker. Afbrokkelend pleisterwerk, een poreus dak. Bidden in het huis van de Heer is voor waaghalzen.
In de keuken van de Gutshof, dat vervallen landgoed in het midden van het dorp, schillen vrouwen ook na de val van de Muur de aardappels voor de overblijvers van de Thomas Müntzer Schule. Zo gaat het al tientallen jaren. En Gerhard Opitz rijdt, zoals hij gewoon is, van Batzlow naar zijn kantoortje, dat tegen de raadzaal leunt.
Sommige inwoners hebben enkele maanden nadat de grens openging een Golf aangeschaft. Dat verandert het straatbeeld wel. Zijn eigen Eva heeft een Opel cadeau gehad van de kinderen. Zelf zweert hij bij de Trabant. Fijne auto. Makkelijk, lekker hoog op de wielen en een lage laaddrempel. Zie dus, heus niet alles in de DDR was slecht. Neem de theorieën van Marx en Engels. Die wil hij evenmin wegwuiven. Wat is er nou verkeerd aan hun zegen voor de arbeider? Opitz levert wel zijn partijboekje in, drie maanden na de val van de Muur. Hij heeft in korte tijd te veel gehoord en gelezen over de praktijken van SED én Stasi, de inlichtingendienst die ook hij van informatie heeft voorzien. Dat knaagt. Had hij van het kwaad kunnen weten? Ja, zegt zijn echtgenote. Eva, nooit tot de partij toegetreden, beweert dat SED-leden een beetje meer blind zijn geweest voor het kwaad dan anderen. En, dat zegt Eva ook, de dames en heren van de partij blijken in deze dagen over een selectiever geheugen te beschikken dan niet-leden.

Dat je ook zonder partijboekje eerste burger kunt worden of blijven, ervaart Opitz in datzelfde jaar na de zogenoemde Wende. Als oud-vertegenwoordiger van de gehekelde en vergane macht stelt hij zich in 1990 aarzelend beschikbaar bij de eerste vrije verkiezingen. Hij wordt met overmacht gekozen. Want wat we aan hém hebben weten we tenminste, redeneren zijn dorpsgenoten. Dat er geen tegenkandidaat is, helpt ook.

Spoken

Op het eerste gezicht mag dan veel bij het oude blijven, Reichenberg wordt wel degelijk door de tijd achterhaald.
De Golfjes blijken voorbodes. Aan de Mittelstrasse nestelt zich een heuse disco, Relax. Het duurt niet lang voor de Raiffeisenbank een filiaal opent. De staatssuper Konsum Markt gaat over in particuliere handen. Verse onderneemster Rosemarie Bauer krijgt, aan de overzijde van de straat, al snel concurrentie van een tweede, beter gesorteerde winkel die in de dagelijkse behoeften voorziet.
Elke vernieuwing brengt onzekerheid met zich mee. Het DNA van de dag wijzigt. Het leven krúípt niet langer naar morgen, het snelt vooruit. Zo voelt het tenminste. Met de Muur brokkelt het eens zo overzichtelijke leven af. De bescherming van wieg tot graf is niet meer.
Het spook van de werkloosheid meldt zich. In meervoud, de spoken. Gerhard Opitz ziet ze naar zijn dorp komen, de managers van de Treuhandanstalt, het agentschap dat na de hereniging van de beide Duitslanden van regeringswege opdracht heeft gekregen om de Oost-Duitse staatsbedrijven te privatiseren en te saneren. Ze zijn ambassadeurs van het rigoureuze kapitalisme, ongewenste gasten, hier en elders. Banenverlies is één frustratie, het gevoel alsof er in de DDR werkelijk helemaal niks deugde een tweede. Alles wat naar vroeger riekt moet kennelijk bij het oud vuil.

**De Mittelstrasse, midden in het dorp.

In Reichenberg wordt de LPG Tier de nek omgedraaid. Niet efficiënt genoeg. Dat is overigens niet geheel bezijden de waarheid. De tienduizend varkens worden verkocht, afgevoerd en geslacht. Duizend schapen vergaat het eender. Nog nooit hebben ze in het dorp zulke grote veewagens zien af- en aanrijden.
Het melkvee blijft over. Zo’n vijfhonderd koeien gaan samen met de LPG Pflanz, goed voor duizenden hectaren aan gewassen, op in een nieuwe Agrargenossenschaft, een boerencoöperatie. Het aantal arbeidsplaatsen daalt gefaseerd, maar hoe dan ook dramatisch. Van de driehonderd werknemers zijn er vijf jaar na de val van de Muur nog exact 47 over.

Konijnen

De toenemende werkloosheid, de ongewisse toekomst; ze zorgen ervoor dat ambitieuze jongeren weg willen en ouderen mijmeren over vroeger. Reisvrijheid is mooi, zonder geld heb je er niks aan. Je moest je mening inslikken, maar was dat nou zo’n probleem?
Kinderen worden er nauwelijks nog geboren. Gemiddeld één bevalling per jaar, een demografisch dieptepunt. Wie durft het aan om zijn Florian of Emma hier op te laten groeien? De klassen in de Thomas Müntzer Schule, die dertien dorpen bedient, worden kleiner. In de lange gangen echoën nog honderd stemmen, een kwart van het vroegere totaal.

Kurt Reimann, de veldwachter die uit het hoofd wist wie een rijbewijs had, zit in 1994 al jaren thuis. Kort na de historische 9e november – hij was 55 – hebben de nieuwlichters hem met dertig jaar trouwe dienst op de conduitestaat arbeidsongeschikt verklaard. Weggestuurd in de rang van Hauptmann. Een gedesillusioneerde Hauptmann van Reichenberg. Een slobberig, blauw trainingspak met witte biezen is zijn nieuwe uniform.
Hij krijgt vanwege zijn nauwe contacten met het oude bewind een uitgekleed pensioen. De veldwachter is zoals dat heet Staatsnähe geweest. Zo weinig marken, het zorgt voor een aanmerkelijk somberder leven dan vroeger. Is zijn Marianne nog eens ziek geworden ook. Dat kost tegenwoordig veel geld. Vroeger droeg de staat tenminste bij.
Nog een geluk dat zijn dorpsgenoten hem met rust laten. Zij beseffen natuurlijk dat ze hem niks, nou ja heel weinig, kwalijk kunnen nemen. Hij blijft ongestoord aan de Hauptstrasse wonen en verdrijft de tijd met zijn bijen, fokt konijnen en ganzen. De verkoop van die beesten liep in de DDR trouwens veel beter dan nu.
Zijn werk is overgenomen door een compleet politiekorps dat opereert vanuit Strausberg, een stad twintig kilometer verderop. Meer mensen, meer en moderne middelen tegenover een oplevende criminaliteit.
Nee, Kurt Reimann zou vijf jaar na de val van de Muur geen agent meer willen zijn. Te gevaarlijk. Maar vooral te weinig respect. Te onpersoonlijk ook. Bij een verkeerscontrole moeten automobilisten tegenwoordig wél hun rijbewijs laten zien.

 

Ik bezocropped-TR-Journalist-071222.pngcht Reichenberg in 1989, 1994, 2001, 2007 en 2014. Hoe gaat het nu met de Hauptmann van Reichenberg, met burgemeester Opitz? Wat is er met de Thomas Müntzer Schule gebeurd? De Konsum Markt van Rosemarie Bauer? Hoe ging het verder na die eerste vijf jaren waarin de ene wereld de andere afloste?
Lees verder in het laatste deel van dit tweeluik onder de menuknop De Verhalen.

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in het Brabants Dagblad (25/10/2014)