Bambi, de poes en de duivel

 

De pr-machine pruttelt nog na.
Maar we zijn tenminste een beetje verlost.
De Expositie is voorbij.
Nou maar hopen dat de galm van gekkigheid versterft.
Zodat ik op weg naar de Hema niet langer een bende selfie-malloten hoef weg te duwen.

Jaarlijks komen er dik 14 miljoen buitenlanders naar Nederland.
Als toerist.
100.000 van hen bezochten de voorbije maanden Den Bosch, De Expositie.
Een kwart van het totaal aantal bezoekers.
Naar het aantal stadgenoten dat ging, is het nog gissen, althans voor mij.
Zelf weerstond ik de druk van marketing en sociale omgeving.

Bij de slotboodschap over de buitenlanders hoorde kennelijk een echo van trots.
En inderdaad, in deze tijd best bijzonder: blij zijn met vreemdelingen.
Als ze hier geld spenderen en gegarandeerd weggaan, dan pruimen we ze dus wel.
Ik weet het, ik weet het: het is nooit anders geweest.

Zondagavond was de première van de lichtshow op de Markt.
Al projecteren ze Bambi, dan nog kom ik.
Gek op projecties tegen gevels.
Drukte.
Warme avond.
Oude tijden, die van (Den) Bosch, herleefden.
Ik miste gedurende de twaalf minuten wel bijbehorende geuren.
Naast me stond Chanel.
Om mij heen verder een diversiteit aan mensen, jong en oud.
Ter rechterzijde iemand die de generale repetitie had gezien.
Hij souffleerde.
“Zo meteen komt er een poes.”
En inderdaad even later was daar de poes.
“Die springt op straat.”
De poes sprong.
“Dadelijk begint Jheronimus aan zijn werkdag.”
Ik zag een schaduw achter het raam bewegen.

Achter me stond een type dat op de details lette.
Een apostel van wijlen Johan-elk-nadeel-heb-zijn-voordeel.
Of andersom.
De lichtbak van Gerry Weber, stevig aan de gevel, dissoneerde met de Middeleeuwen.
Dus je kon ‘m aan voelen komen.
“Goh”, zei de apostel droogjes, “hadden ze in die tijd ook al een Gerry Weber.”
Inkoppertje, reageerde hij wat timide toen ik, vriendelijk als altijd, omkeek.
Het was de avond dat niet Ajax maar PSV kampioen werd.

Er was verder weinig mis met dat intermezzo op de Bossche Markt.
Behalve dan, aan het end, die infantiele boodschap.
“Welkom thuis, Jheronimus!”
Daar moet ik ondertussen echt van braken,
zeg maar kotsen,
ik ga ervan over mijn nek,
ik spuug gal en bloed,
het schudt de duivel in mij wakker.
Hij is 500 jaar dood.
Hoezo welkom thuis?

 

cropped-TR-Journalist-071222.png

De lichtshow op uw scherm? Klik hier.

-----------------------------

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *